De stroming in de oceaan stopt nooit: “Daar draait onze turbine op”

Een kanariegele turbine verdwijnt langzaam onder water bij Texel. Camera’s registreren wat er beneden gebeurt. Sensoren sturen de eerste gegevens door. Op het werkschip houdt het team zijn adem in. Maanden rekenen, ontwerpen, bouwen en bijsturen komen samen in dit ene moment. Dan begint de turbine te draaien. Voor het eerst wekt hij elektriciteit op. “Je werkt hier jaren naartoe”, vertelt Andries van Unen, verantwoordelijk voor de operatie en financiën bij Equinox Ocean Turbines. “Als je prototype dan precies doet waarvoor hij is ontworpen... dat is gewoon heel gaaf." Hiermee helpt Equinox écht een mee aan een duurzame economie in Noord-Nederland.

EQOT - Andries van Unen with turbine

Energie waarop je kunt rekenen

Equinox Ocean Turbines uit Leeuwarden (hierna: EQOT) ontwikkelt onderwaterturbines die energie opwekken op plekken waar permanente oceaanstromingen voor komen. Denk aan kustgebieden in onder meer Japan, Florida, Zuid-Afrika en Australië. Juist doordat die stromingen altijd op die plek zijn, kan de technologie een waardevolle aanvulling vormen op bestaande duurzame energiebronnen. Het idee voor een oceaanturbine ontstond in 2020. Oprichters Pieter de Haas en Andries hielden zich jarenlang bezig met getijdenenergie. De techniek werkte, maar bleek door de benodigde energieopslag niet rendabel. Daarom draaide Pieter de vraag om: waarom energie halen uit getijden die komen en gaan, als de oceaan ook vaste stromingen kent? Andries: “Zon, wind en getijden zijn lang niet altijd beschikbaar. Maar op oceaanstromingen kun je altijd rekenen. Daardoor heb je eigenlijk geen batterijen nodig om energie op te slaan”.

“Je bent niet alleen een wetenschapper die iets interessants ontwikkelt, maar bouwt ook een onderneming. Economische haalbaarheid hoort daarbij. Investeerders moeten rendement kunnen behalen. En als er subsidie wordt ingezet, moet daar ook maatschappelijke waarde tegenover staan. Bijvoorbeeld extra werkgelegenheid in de regio en een daadwerkelijke bijdrage aan de energietransitie.” - Andries, oprichter Equinox

Eerst rekenen, dan tekenen

Met de steun van onder meer Damen Shipyards, EIT InnoEnergy, Init Power, de NOM, de FOM, private investeerders en een Valorisatie-subsidie uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) via het SNN kon EQOT van start. Deze keer kwam de rekensom vóór het ont

Mobula 5 turbine in de werkplaats in Workum

werp. "We begonnen direct met de vraag wat zo'n turbine maximaal mag kosten om interessant te zijn voor de markt", vertelt Andries. "Niet alleen: kan het? Maar vooral: kan het tegen een prijs waarvoor iemand het uiteindelijk wil gebruiken? Pas daarna zijn we gaan ontwerpen." Volgens Andries is dat een belangrijk besef: “Je bent niet alleen een wetenschapper die iets interessants ontwikkelt, maar bouwt ook een onderneming. Economische haalbaarheid hoort daarbij. Investeerders moeten rendement kunnen behalen. En als er subsidie wordt ingezet, moet daar ook maatschappelijke waarde tegenover staan. Bijvoorbeeld extra werkgelegenheid in de regio en een daadwerkelijke bijdrage aan de energietransitie.”

Slim ontwerpen loont

Maar een rendabele onderwaterturbine ontstaat niet vanzelf. De grootste uitdaging? Oceaanstromingen bewegen simpelweg te langzaam. "Een generator heeft juist snelheid nodig. Meestal gebruik je daarvoor een versnellingsbak. Maar op zee wil je die vermijden, omdat hij duur is en onderhoud vraagt. Precies wat je niet wilt." Samen met de Rijksuniversiteit Groningen vonden ze een andere oplossing. "Eigenlijk is die verrassend simpel", zegt Andries. "We plaatsen kleine turbines op de uiteinden van de rotorbladen. Die draaien vanzelf veel sneller. Zo bouwen we eigenlijk een versnellingsbak... zonder een versnellingsbak." Juist die eenvoud maakt het ontwerp volgens Andries zo vernieuwend.

Zorgvuldigheid voorop

Niet alleen engineers schuiven aan bij het bevlogen team van EQOT. Vanaf de eerste schets denkt ook een marien bioloog mee. "Een engineer kijkt vooral naar prestaties", zegt Andries. "Een marien bioloog naar het ecosysteem. Daardoor stel je vanaf het begin andere vragen." 

Het team van Equinox

Dat zie je terug in de keuzes die EQOT maakt. "Van windturbines hebben we geleerd hoe belangrijk het is om rekening te houden met trekroutes van dieren", zegt Andries. "Daarom brengen we migratieroutes van walvissen, zeeschildpadden en andere beschermde dieren al vroeg in kaart en passen we onze locaties daar straks op aan." Bovendien draait de hoofdrotor bewust langzaam: ongeveer drie rondes per minuut. “Zodat ook vissen en andere zeedieren veilig kunnen passeren.” 

Ook materiaalkeuzes zijn steeds onderwerp van onderzoek. "Energie opwekken heeft altijd impact", zegt Andries. "Je gebruikt grondstoffen. Je produceert staal. Je bouwt installaties. De vraag is niet óf je impact hebt, maar hoe je die zo klein mogelijk maakt."

"Wij zijn bij uitstek een waterland. Hier zit heel veel kennis van offshore, scheepsbouw en watertechnologie." 

Nu die oceaan nog…

Mobula eerste tewaterlating

De eerste keer dat de Mobula turbine in het water gaat

Er is alleen nog één ‘klein’ praktisch detail… Nederland heeft geen oceaanstromingen. "Onze toekomstige klanten zitten dus ook niet in Europa", lacht Andries. "Dat wisten we vanaf het begin." Toch is Noord Nederland volgens hem precies de plek waar deze technologie moet ontstaan. "Wij zijn bij uitstek een waterland. Hier zit heel veel kennis van offshore, scheepsbouw en watertechnologie." 

Zo goed als het hele prototype kwam tot stand in Noord-Nederland. Douna Machinery produceerde de aluminium rotorbladen, Talsma Shipyards bouwde onder meer de romp en achtervleugel. Daarnaast droegen tientallen regionale bedrijven bij met specialistische onderdelen en bewerkingen. 

“Het voelde niet alsof EQOT ergens een turbine liet bouwen”, zegt Andries. “We werkten echt als één team. Leveranciers dachten mee, werkten soms zelfs in het weekend door en we stonden uiteindelijk allemaal samen op het schip om te zien of het werkte.”

“Als je echt impact wilt maken, moet je internationaal durven denken. Het klimaat stopt ook niet bij de landsgrenzen.” 

Van prototype naar praktijk

Het prototype bij Texel is met vijf meter nog bescheiden, maar werkt volgens dezelfde principes als de commerciële turbine. “Looks like real, works like real”, zegt Andries. “De turbine heeft echt energie opgewekt. De RUG toetst de meetgegevens nu aan de berekeningen. Daarmee scherpen we het model verder aan.” Rond 2028 volgt een turbine van 25 meter in een echte oceaanstroming. Richting 2030 moet de commerciële turbine klaar zijn: ongeveer twee megawatt, genoeg voor 3.000 huishoudens. 

Met serieuze contacten in Japan en Florida en ook Zuid-Afrika en Australië in beeld, verwacht Andries op termijn lokale vertegenwoordigers of verkoopkantoren nodig te hebben. “Je krijgt toch te maken met andere culturen, tijdzones en markten.” Spannend? Hij lacht. “Als je echt impact wilt maken, moet je internationaal durven denken. Het klimaat stopt ook niet bij de landsgrenzen.” 

Mobula op transport

Mobula op transport

De oceaan mag dan ergens anders liggen, de kennis blijft in Noord-Nederland. “Een turbine van vijftig meter stuur je niet zomaar de wereld over. De grote stalen delen bouwen we daarom straks lokaal. Maar de slimme techniek? Die willen we hier houden. De tipturbines en het hoofdlager kunnen gewoon vanuit Noord Nederland met de zeecontainer op reis.”

"Mijn echte advies? Maak een écht plan. Denk vooraf na over de risico's. Neem tijd en budget op voor tegenvallers. Subsidie kan je project écht een impuls geven!"

Zelf die helm opzetten

Terugkijkend hoeft Andries niet lang na te denken. “Ik zou kunnen zeggen: geloof in je dromen. Maar als je hieraan begint, doe je dat waarschijnlijk al", lacht Andries. "Mijn echte advies? Maak een écht plan. Denk vooraf na over de risico's. Neem tijd en budget op voor tegenvallers. Subsidie kan je project écht een impuls geven! Zorg voor mensen die kunnen plannen en het overzicht houden. En besef dat jouw grote droom voor een leverancier soms gewoon een opdracht tussen vele andere is. Wacht niet af. Soms moet je gewoon zelf in de auto stappen. Zelf die veiligheidshelm opzetten. Niet praten over samenwerken, maar het ook echt doen." 

Het resultaat daarvan is een werkend prototype. Geel, opvallend en klaar voor de volgende stap. Het werk van een gedreven team dat niet alleen een turbine bouwde, maar ook een onderneming.

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door de subsidie Valorisatie, vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Dit Europese subsidieprogramma wil de samenhang binnen Europa versterken en de verschillen tussen Europese regio’s verkleinen. Met het EFRO-Programma werken we aan het ontwikkelen van de regionale economie in Noord-Nederland. En aan het versterken van een open en creatief ondernemers- en innovatieklimaat, waar ruimte is voor nieuwe ontwikkelkansen en slimme ideeën die bijdragen aan een toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt. 

Ook subsidie aanvragen?

De subsidie Valorisatie is t/m 30 oktober 2026 aan te vragen.

Bekijk de subsidievoorwaarden

Raak Geïnspireerd door meer verhalen van inwoners en ondernemers uit Noord-Nederland