Meer waarde uit eigen oogst: “Ik hoop dat we andere boeren laten zien dat het kan”

Zolang een aardappel alleen een aardappel is, bepaalt de markt wat hij waard is. Eenmaal verwerkt? Ineens een ander verhaal. Diezelfde aardappel wordt al meer waard zodra je hem schilt, legt Folkert Botma van Botma Pleats in Engwierum uit. Met het project Van Veggie Lab naar Veggie Farm Fab onderzocht hij samen met andere boeren, kennisinstellingen en afnemers hoe je als boer meer kunt halen uit wat er op je land groeit. Inmiddels staat er een vaste schillijn en levert hij aan de zorg. En komen er steeds meer nieuwe producten en afnemers bij.

Aan het kortste eind

Botma Pleats is al sinds 2003 biologisch. Mooi voor bodem en natuur, maar financieel niet per se de makkelijkste route. “Als je natuurinclusiever teelt, is dat vaak extensiever”, legt Folkert uit. Dat betekent: minder opbrengst van hetzelfde stuk land. “Dan mis je ook omzet.”

Tegelijkertijd heeft een boer weinig grip op de prijs. Bij een goede oogst groeit het aanbod en daalt de prijs. Bij een slechte oogst stijgt de prijs, maar heb je minder te verkopen. Verderop in de keten werkt dat heel anders. “Een patatje bij de patatkraam verandert ook niet steeds van prijs”, zegt Folkert. “Wat de aardappelprijs ook doet, dat patatje blijft ongeveer hetzelfde.”

En precies daar wringt het voor de boer. “Puntje bij paaltje trek je als akkerbouwer eigenlijk altijd aan het kortste eind. En veel akkerbouwbedrijven draaien maar op één of twee procent winst, als ze geluk hebben. Een bedrijf verder verduurzamen kost ondertussen wél geld.” Dus werd één vraag steeds belangrijker: hoe kun je meer verdienen aan je eigen oogst?

Bekijk de video

Van het land naar de schillijn

Rond 2019 startte Folkert samen met Maatschap Steeghs BIO en verschillende kennis- en ketenpartners Van Veggie Lab naar Veggie Farm Fab. Met Sinno subsidie voor samenwerking aan innovatie uit het 3e Europese PlattelandsOntwikkelingsProgramma (POP3) – de voorloper van de huidige EIP-subsidie binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) – onderzochten ze hoe boeren hun gewassen al op of vlak bij de boerderij verder kunnen verwerken.

“We zijn gaan kijken: wat kunnen we dan doen? Hoe kunnen we bijvoorbeeld piekoogsten opvangen, producten langer houdbaar maken of bewerken tot een product dat klaar is voor gebruik of zo het schap in kan?” Niet alleen telen dus, maar ook wassen, sorteren, schillen, snijden, verpakken en bewaren. Daarmee schuift de boer een stukje op in de keten.

Op de twee naast elkaar gelegen boerderijen bouwden ze een proefopstelling voor de verwerking van aardappelen. En daar viel genoeg aan uit te zoeken. Welke rassen zijn geschikt? Welke maat werkt het beste? Hoe sorteer en bewaar je ze? Welke machines en mensen heb je nodig? En wat doet dat met de kostprijs?

“Bij biologische aardappelen kun je niet zomaar dezelfde middelen gebruiken om te voorkomen dat ze verkleuren. Dus het heeft best wat voeten in de aarde gehad om uit te zoeken: hoe doen we dat dan? En welk aardappelras is het meest geschikt?”

Maar is-ie ook lekker?

Ook kennisinstellingen raakten betrokken. Met onder andere Hogeschool Van Hall Larenstein, Stichting Living Lab en Healthy Aging Network Noord-Nederland onderzochten de partners inhoudsstoffen, biodiversiteit en houdbaarheid.

En er werd geproefd. Heel belangrijk, vindt Folkert. “Een aardappel kan qua inhoudsstoffen en verwerking nog zo goed zijn, maar het belangrijkste is dat hij lekker is. Anders wordt hij niet gegeten. ”Dus kwamen er smaaktesten, een smaakpanel en bewaarproeven. Ook onderzochten de partners wat een meer natuurinclusieve – of zoals Folkert het nu liever noemt: regeneratieve – manier van boeren betekent voor bodem en biodiversiteit.

Voor Folkert hangt dat allemaal met elkaar samen. “Voor ons begint het bij gezonde grond. Van daaruit kom je bij gezonde planten, gezonde voeding en uiteindelijk gezonde mensen.”

“Een aardappel kan qua inhoudsstoffen en verwerking nog zo goed zijn, maar het belangrijkste is dat hij lekker is. Anders wordt hij niet gegeten." - Folktert Botma

Verse friet? Boven de rivieren wat minder

Een goed product maken is één ding. Er moet ook iemand voor willen betalen. Daarom keken de partners naar mogelijke afnemers, zoals horeca en winkels.

Verse friet leek eerst kansrijk. Tot Folkert ermee de markt op ging. “Toen kwamen we erachter dat verse friet boven de rivieren eigenlijk niet echt een ding is. In België is er bijna alleen maar verse friet. Maar hier zegt een horecaondernemer: ik koop nu friet in voor zoveel cent en die hoef ik niet voor te bakken. Het smaakverschil proef ik heus wel. Maar als mijn klanten er niet om vragen, waarom zou ik dat dan doen?”

Even overwoog Botma Pleats nog om de friet zelf voor te bakken. Uiteindelijk lieten ze dat idee los. En kwamen ze bij een andere markt uit: de zorg.

Duizend aardappeleters

De zorg bleek beter te passen. “Waar kunnen we nou verschil maken met onze producten?”, vroeg Folkert zich af. Vanuit het idee van gezonde grond naar gezonde mensen kwamen ze uit bij ziekenhuizen en ouderenzorg. Juist in de zorg, waar gezondheid extra aandacht vraagt, zag Folkert een kans om impact te maken.

En ook praktisch gezien klopte het. Zorgorganisaties maken iedere dag maaltijden voor honderden mensen. “Soms zeshonderd, achthonderd of duizend. En dat zijn ook nog wel echt aardappeleters.”

Vandaag levert Botma Pleats daarom geschilde aardappelen aan de zorg. Vacuüm verpakt en klaar voor gebruik.

Van proef naar praktijk

Na vertraging door corona rondden de partners het project rond 2024 succesvol af. De proefopstelling had gedaan wat hij moest doen: laten zien dat het kan. Ook behaalde Botma Pleats de benodigde voedselveiligheidscertificering om aardappelen en groenten te wassen, schillen, snijden, verpakken, bewaren en vervoeren.

Maar voor Folkert zat de waarde niet alleen in de techniek. En ook niet alleen in het subsidiegeld. “Misschien nog wel belangrijker is dat je met z’n allen een commitment aangaat. Het brengt bedrijven bij elkaar. Je krijgt een heel duidelijk doel en iedereen werkt eraan om daar ook echt iets van te maken.”

Voor een relatief klein bedrijf was het penvoerderschap een flinke klus. Regelmatig samenkomen hielp, net als een adviesbureau dat iedereen zo nu en dan “even aan het jasje trok”. En, voegt Folkert toe: “Regelmatig samen de frietjes proeven hielp natuurlijk ook.”

“Misschien nog wel belangrijker is dat je met z’n allen een commitment aangaat. Het brengt bedrijven bij elkaar. Je krijgt een heel duidelijk doel en iedereen werkt eraan om daar ook echt iets van te maken.” - Folkert Botma

Eén project, heel veel nieuwe wegen

Bij de schillijn bleef het niet. Botma Pleats heeft inmiddels ook een groentesnijderij en verkoopt kant-en-klaarmaaltijden, groente- en fruitboxen en andere producten aan consumenten door heel Nederland, vaak in abonnementsvorm. “We hebben de boerderij, een hele tak met verwerking en daarna de vermarkting van onze producten. Het is ondertussen allemaal wel een beetje veranderd.”

Niet alles kwam rechtstreeks uit het subsidieproject voort. Maar het project zette wel iets in beweging. “Het heeft serieus impact gehad op de omzet en winstgevendheid van het bedrijf. Of in ieder geval op het rendement.”

En misschien is dat precies wat andere boeren eruit kunnen halen. Niet dat er één eenvoudig verdienmodel klaarstaat om te kopiëren. Wel dat het mogelijk is om verder de keten in te stappen en zo meer grip te krijgen op je bedrijf. “Het is niet makkelijk, maar het is wel een mogelijkheid om een stabieler bedrijf te creëren. Ik hoop dat we andere boeren kunnen inspireren en laten zien dat het kan om dat stapje verder in de keten te zetten.”

En of Folkert na al dat onderzoeken, schillen, proeven en vermarkten zelf nog weleens een aardappel van eigen bodem eet? “Gisteren nog.” Hoe die smaakte? “Van eigen land smaakt altijd goed, hè?”

Dit project is mede mogelijk gemaakt door de subsidie Samenwerking voor Innovaties Noord-Nederland (Sinno) uit het 3e Europese Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3). Dit programma droeg bij aan het versterken van een duurzame, concurrerende en toekomstbestendige landbouw én het verbeteren van de leefbaarheid en kwaliteit van het platteland. 

Dit is de voorloper van het huidige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en de subsidie Samenwerken aan innovatie EIP.  

Ook subsidie aanvragen?

Bekijk hier voor welke plattelandssubsidie jij in aanmerking komt

Meer informatie over het GLB programma

Raak Geïnspireerd door meer verhalen van inwoners en ondernemers uit Noord-Nederland